De Kartuizerij

Het adres van de Kartuizerij is Bankstraat 75, 3000 Leuven maar de site is ook toegankelijk vanop de Tervuursevest. De zogenaamde Sint-Franciscusweg verbindt de beide toegangen en scheidt het klooster van het Mariapark.

De geschiedenis van het Kartuizersklooster start wanneer Woutier Wetelet alias Walter van Waterleet het domein Redingen koopt van Renier Wytvliet voor 1100 florijnen. Woutier schonk het vervolgens aan de Antwerpse prior Henri van Duveland van de Kartuizersorde. Die orde werd in 1084 gesticht door de heilige Bruno van Keulen. Het is een strenge contemplatieve orde waarin het kluizenaarsbestaan wordt gecombineerd met een beperkt gemeenschapsleven. Vandaag wordt het beschouwd als de strengste nog bestaande orde binnen de Katholieke Kerk. De Leuvense Kartuis is het laatst opgerichte Kartuizersklooster in de Nederlanden.

Hoewel de toelating van het Leuvense stadsbestuur en de Sint-Jacobparochie nog niet volledig in orde was, werd in 1489 de eerste steen van de Kartuizerij gelegd door Margareta van York, de weduwe van de Bourgondische hertog Karel de Stoute. De stad gaf uiteindelijk haar fiat en in 1491 kwam de eerste kloosterlingen aan: Jan Scullinck uit Gent en Jan Vekestijl uit Kiel.

De volgende veertig jaar werd er druk bijgebouwd: 21 cellen, een kloosterkerk, een gebouw voor lekenbroeder, een zuidvleugel en een oostvleugel. In 1530 werden verschillende kamers verfraaid met glas-in-loodramen.

In 1525 woonden er in het klooster zeventien monniken, zes lekenbroeders en enig dienstpersoneel. In die periode kocht het klooster verschillende gronden en domeinen aan in de omgeving van Leuven om in haar onderhoud te voorzien. Materieel hoefde de Kartuizerij zich geen zorgen te maken maar uit met het gedrag was het iets slechter gesteld, zo blijkt uit visitatieverslagen uit die periode. Verburgerlijking van de zeden, ongehoorzaamheid en inbreuken op de kloosterregels zijn regelmatig terugkerende klachten.

Begin 17e eeuw werden met behulp van giften van weldoeners nieuwe gronden aangekocht wat tot een heropleving van het klooster leidde. Als gevolg van een brand werd de Kartuizerij verplicht soldaten te huisvesten in 1614. Een kleine eeuw later kreeg het klooster nog meer te lijden onder militairen. Verscheidene gronden werden verkaveld en verhuurd om oorlogsverwoestingen en financiële nood op te lossen.

Op 5 mei 1746 werd Leuven bezet door Franse troepen tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog. De graanschuur van de Kartuizerij werd ingeschakeld als munitieopslagplaats en in de tuin werden broodovens gebouwd om het Franse regiment te voeden. Dat er vanaf 1753 striktere regels werden gehanteerd in verband met financiële giften aan kloosters deed het klooster geen goed en delen van het domein werden verkocht.

In 1779 werden Oostenrijkse soldaten ingekwartierd in de Kartuizerij. Een accidentele munitieontploffing zorgde voor veel schade. Het aantal monniken liep terug en het klooster werd te groot om onderhouden te worden. Daarom werden de noordelijke en westelijke vleugels gesloopt.

In 1783 vaardigde de Oostenrijkse keizer Jozef II een decreet uit waarmee de kloosterorden in de Zuidelijke Nederlanden werden opgeheven. En dus ook het kartuizersklooster. Geld, archieven en zilverwerk werden naar Oostenrijk versleept en de monniken verlieten het complex. De gebouwen werden verkocht en diende eens te meer als munitiecomplex. Weer was er een ongeluk met een ontploffing en veel schade als gevolg. In 1784 werd de inboedel – meubelen en kunstwerken – van de Kartuizerij geveild. Een groot deel ervan werd aangekocht door de abdij van Park om parochiekerken mee uit te rusten. Het kloostercomplex raakte snel vervallen. Wat overbleef van de gebouwen werden publiekelijk verkocht en vaak gesloopt. De gronden werden tijdens de 19e eeuw bebouwd en geëxploiteerd voor aardewerk omdat de kleigrond hier zeer geschikt voor was.

De kannunnik Armand Thiéry (1868-1955), die verbonden was met het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, bekommerde zich als eerste om de ruïnes van de kloostersite. Hij kocht het in 1912 en startte een restauratiecampagne. In 1917 verkocht Thiéry de Kartuizerij aan de orde van de Kapucijnen. Vanaf 1921 werd het klooster weer bewoond door monniken. In 1921-1926 en 1968-1976 werden grootscheeps renovatiewerken uitgevoerd. Een geplande herstelling van de tuinmuren werd nooit afgewerkt.

Sinds 2004 staat De Kartuizerij weer leeg. De site kwam in handen van de Katholieke Universiteit Leuven en werd occasioneel gebruikt voor religieuze vieringen en voor repetities van het Leuvens Universitair Koor. In de toekomst wil de universiteit er een child convent center in onder brengen.

Meer lezen: