Interview Steven Vandervelden

Ithaka vroeger en nu

Sommige organisatoren van Ithaka komen in de kunstwereld terecht. Een van hen is Steven Vandervelden, de directeur van kunstencentrum STUK. Vandervelden werkte mee aan twee edities en blikt terug op de rijke geschiedenis van de beeldende kunsttentoonstelling.

Interview: Mattijs Ameye

Hoe bent u bij Ithaka terecht gekomen?

Bron.

 

Steven Vandervelden: “In het academiejaar 1998-1999 studeerde ik Culturele Studies. Ik zat toen op kot met een aantal vrienden die allemaal geïnteresseerd waren in cultuur. We hadden een heel grote living, waar we concerten, poëzie-avonden en filmavonden organiseerden. Een van mijn vrienden, Lars Kwakkenbos, vroeg of ik zin had om mee te werken aan Ithaka. Al enkele jaren was er een coherente groep die Ithaka organiseerde, maar zij zijn bijna allemaal gestopt na de editie van 1998. Lars en ik hebben toen meteen de editie van 1999 gecoördineerd. Voordien was het meestal zo dat iemand die in de werkgroep zat pas het jaar nadien Ithaka coördineerde.”

Hoe is Ithaka geëvolueerd door de jaren heen?

Vandervelden: “In 1997 en 1998 werd Ithaka telkens georganiseerd door een sterke ploeg. Veel organisatoren van die edities zijn nadien in de kunstwereld beland, zoals Katrien Darras, Jeroen Peeters, Eva Wittocx en Rolf Quaghebeur. De selectie was toen nog heel erg gericht op de kunsthogescholen om jonge talenten te scouten. Veel geselecteerde jonge kunstenaars zijn later bekend geworden. Ik denk bijvoorbeeld aan Hans Op De Beeck, Virginie Bailly en Angelo Vermeulen. Toen Lars en ik Ithaka organiseerden, was het nog een ééndagstentoonstelling. Ithaka vond toen dikwijls op grote openbare locaties plaats. In 1999 bijvoorbeeld in twee winkelgalerijen, samen met een stuk Diestsestraat. Alle media-aandacht was toen geconcentreerd op één dag. Ook op het vlak van bewaking was een ééndagstentoonstelling praktischer. Het festival had toen nog een gigantische impact, aangezien het de enige of een van de weinige activiteiten rond hedendaagse kunst was in Leuven. Ik heb de indruk dat er gaandeweg studenten zijn gaan deelnemen, die niet echt professioneel met hedendaagse kunst bezig zijn. Ithaka is haar rol als dé toonplek voor jonge professionele kunstenaars wat kwijt geraakt. Dat heeft ook veel te maken met de veranderde context voor hedendaagse kunst. Een vijftiental jaar geleden was er in Vlaanderen amper iets te doen rond actuele kunst. Intussen zijn er heel wat plaatsen die een budget ter beschikking stellen van jonge, veelbelovende kunstenaars. Ik denk dat de kunstenaars en organisatoren vroeger meer op de kunstwereld gericht waren. Ik zie al enkele jaren dat er minder organisatoren van Ithaka doorstromen naar de hedendaagse kunstwereld. Vermoedelijk hebben zij minder dan vroeger de ambitie om in die wereld terecht te komen. Ithaka is een breder kunstenfestival geworden, waarop ook heel wat amateurkunstenaars een plek krijgen. Daar zit ook veel talent tussen, laat daar geen twijfel over bestaan. Ik zeg ook zeker niet dat Ithaka nu minder goed is dan vroeger, het is gewoon anders.”

Bent u via Ithaka in STUK beland?

Vandervelden: “Eigenlijk wel. Tijdens de coördinatie van de editie van 1999 kreeg ik de halftijdse job van vrijgestelde voor de Kultuurraad, een functie die nu vergelijkbaar is met deze van stafmedewerker voor LOKO Cultuur. In die tijd kreeg ik als coördinator van de Kultuurraad automatisch een job van 25 procent bij het STUK om daar de vrijwilligerswerking te coördineren. Dat heb ik een jaar gedaan. Ik was van plan om dat nog een jaar te doen, maar het STUK stelde voor om bij hen tentoonstellingen te gaan uitwerken, iets wat daar tot dan toe niet gebeurde. Kort nadien heb ik ook de muziekprogrammatie van het STUK erbij genomen. Dat heb ik gedaan tot begin 2006. Toen is mijn toenmalige directrice (An-Marie Lambrechts, red.) verhuist naar het Toneelhuis. Ik heb gesolliciteerd voor haar job en sindsdien ben ik directeur van het STUK.”

Wat houdt uw functie precies in?

Vandervelden: “Een eerste groot luik is de artistieke directie. Samen met de artistieke ploeg zet ik de lijnen uit over hoe we werken op artistiek niveau, op welke disciplines we inzetten, welke onderdelen van disciplines we belangrijk vinden, welke tendensen we naar voor schuiven, enzovoort. Ik schrijf ook onder andere de beleidsplannen en de jaarverslagen. Een tweede groot luik is mijn werk als algemeen directeur, wat ik samen doe met de zakelijke directeur (Kurt Lannoye, red.). Ik doe de aanwervingen, houd functioneringsgesprekken en onderhoud contacten met de stad Leuven, de provincie Vlaams-Brabant en de Vlaamse gemeenschap. Een derde, iets kleiner aspect van mijn job, is de verantwoordelijkheid voor een stukje programmatie. Zo sta ik in voor de invulling van Playground, een festival dat jaarlijks in november doorgaat en zich situeert tussen beeldende kunsten en podiumkunsten. Af en toe doe ik een groot stadsproject. Ik vind het belangrijk om zelf nog iets van programmatie te doen om voeling te houden met het werk van collega’s en kunstenaars. Op die manier verplicht je jezelf om veel cultuur te gaan bekijken.”

Ziet u een verschil in de cultuurbeleving van studenten door de jaren heen?

Vandervelden: “Eind de jaren 1990, begin de jaren 2000 had je studenten met een alternatieve blik en studenten met een mainstream blik. Die werelden pasten niet bij elkaar. Tegenwoordig kiezen studenten uit de hele menukaart. Ze mixen alternatief en mainstream, net als hoge en lage cultuur, voor zover die verschillen nog bestaan. Nu gaan er ook veel meer mensen naar cultuur kijken dan vroeger, omdat het allemaal professioneler gemanaged is.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s